Volkskalender

overzicht of sitemap

De volkskalender heeft doorheen de tijd zoveel invloeden moeten ondergaan, dat het niet duidelijk is hoe de vork aan de steel zit. Het behoort tot haar imense sharme, dat er zoveel verborgen sporen inzitten van oude beschavingen. (Vaak trachte men die sporen te wissen)
Deze website gestart in 2007 is in opbouw, en zal slechts geleidelijk haar vorm krijgen, dag na dag. Want het geheel zoekt een evenwicht tussen, de mens en zijn kennis, de natuur en de goden, het klimaat en de weergoden, de sterrenhemel en haar spiegelbeeld, het heden, verleden en toekomst zolang de mens leeft en overleeft.  

Tijd laat zich niet regelen. De mens moet zich nu eenmaal aanpassen aan de tijd. De kennis van de tijd zorgt voor macht over de onkennis. Maar niemand zal ooit macht krijgen over de tijd.

Hoe de mens zich al eeuwen een weg zoekt in die tijd, liet zijn sporen na in onze volks en heiligenkalender.

Als we die kalender van alle franjes ontdoen, blijven we zitten in een rationeel, en gevoelloze planningsrooster. Een rooster, dat geen andere inzichten toelaat, geen eigen mening, geen eigenheid. Het rationele, dus redenloze planningrooster is een andere wijze om ons te ontdoen van onze identiteit. Want een rooster staat vierkant tegenover een cirkel, de kringloop des levens, de volmaaktheid, de hemel. Gebruik die kalender voor uw eigen welzijn, en niet als deadline, want zo eindigt uw mens-zijn.



De beste voorstelling die we nu kennen is de Ouroboros. We moeten ons realiseren dat deze voorstelling zeer oud is. Tijd is immers een slang die voortleeft door zichzelf te voeden. Iedere moment wordt opgeslokt door het volgende moment. Zo voedt de tijd zichzelf. De terugkeer is hoe dan ook uitgesloten. Een ander woord voor deze voorstelling is ' tijdslang'. Our-o-boros ligt immers niet in onze woordenschat. Het kan maar e uitgesproken worden als je de kennis bezit. Zoniet geven we het de naam tijd-slang. Die slang? De slang of het beest die Eva kende in het paradijs, de tuin van eden; 'heden'

 

Google
 

                                          

Wat betekent Kalender. 

Het woord kalender is afkomstig van de Romeinse “kalender”. Iedere eerste dag van de maand werd kalender genoemd(calendae). Calendarium betekent, schuldenboek, rente. Een bode riep de calendae af, zo wist men wanneer de schulden of rente moest betaald worden. Vermoedelijk het aantal dagen die verliepen tot de none.

002kal-R.jpg (77869 bytes)

Onze huidige kalender kreeg haar vorm door Julius Cesar, die de Romeinse kalender omvormde naar de Juliaans kalender. Er zat echter een fout in verborgen, die zorgde voor een kleine aanpassing. Deze aanpassindg begon in 1582, en daardoor kreeg onze kalender de naam van zijn hervormer Paus Gregorius. Dit is de Gregoriaanse kalender. Alhoewel het om een kleine aanpassing ging, zorgde de omschakeling voor heel wat moeilijkheden.  

Waarom bestaat de kalender.

Een naakt kalender, is niet echt het doel geweest, zeker niet, hooguit een excuus.   Al bij onze verste voorvaderen is de kennis van de jaarcyclus van levensbelang. Als jagers de kudden moesten volgen, of de landbouwers die moesten zaaien en oogsten, de nomaden en zeelui, kortom, inzicht in de cyclus van de natuur om te kunnen overleven. En juist dat beseffen we niet echt meer zo goed. Het was een kwestie van overleven. De eerste kalender stelde waarschijnlijk weinig voor. Het waren slechts enkele, maar belangrijke momenten in een gans jaar, die werden benadrukt door een feest. Daarna volgde de verdere ontwikkeling in vele, vele jaren. 

Bereken de maan.

De kortste cyclus die men kon zien en vast stellen in de natuur, waren de maancyclussen. Zij grensde reeds na 29 dagen een betrouwbare tijdzone af, die dan ook nog hulp bood om de jaarcyclus af te meten. Logisch dus dat een jaar twaalf maanden telt.

Laten we maar geloven dat onze oudste voorouders, geen schrift gebruikten om hun bevindingen te noteren, maar alles in zich moesten opnemen, om het te kunnen begrijpen.

Dit was soms zo moeilijk dat enkel zeer slimme mensen dit  goed konden beheren. Het werden astrologen, astronomen, sjamanen, druiden, heksen en priesters, pendelaars, waarzeggers enz. Dat hieruit nieuwe machtspostie groeide heeft er alles mee te maken, een kwestie van overleven. Ja, het was in de Renaissance bij geleerden nog steeds de gewoonte om ieder jaar een kalender te maken met allerlei voorspellingen (Nostradamus, Mercator…). Meestal in functie van de stand der sterren, de zon en de maan. 

Wat betekent Week.

Toen de Juliaanse kalender in gebruik was, werd de zevendaagse week ingevoerd door Keizer Constantijn, in de vierde eeuw. Die week was reeds langer in gebruik bij de joden, die ze ontleende uit het scheppings verhaal. Maar ook in de oudste kalender, die van de Babylonieërs was de week van zeven dagen in gebruik. De week is geen meetwaarde in de kalender, zij past niet in de maanden en ook niet in het jaar. Het is een eenvoudige wijze om de dag te plaatsen in een cyclus van veertien dagen. Zeven dagen voor de huidige dag en zeven na de huidige dag. Die dagen kregen een naam, en zorgde voor een nieuwe manier van denken, dat zich langzaam ontwikkelde. En tenslotte reikte het een middel aan om het levenritme te regelen, met als voorbeeld de rustdag.  

De Babyloniërs kenden reeds een week van zeven dagen, die ze noemden naar hun zeven planeetgoden Shamash, Sin, Nergal, Nabu, Marduk, Ishtar, Ninurta die aan de hemel vertegenwoordigd waren door de zon, de maan en de vijf met het blote oog zichtbare planeten.

Bij de romeinen werden die planeetgoden in dezelfde (niet sterrenkundige) volgorde Sol, Luna, Mars, Mercurius, Jupiter (Jovis), Venus, Saturnus genoemd. Zij koppelden die echter niet meteen aan de dagen van de week! De oorspronkelijke Juliaanse kalender kende immers geen weken.  In het Romeinse Rijk werd de 7-dagen week pas in de vierde eeuw ingevoerd door keizer Constantijn de Grote. Zondag (dag van de zon, Dies Solis) werd daarbij de eerste dag van de week en rustdag. De andere dagen werden genoemd naar de andere met het blote oog zichtbare hemellichamen Luna, Mars, Mercurius, Jupiter (Jovis), Venus, Saturnus.

In het bijbelse boek Genesis wordt verteld dat God de wereld schiep in zes dagen en rust nam op de zevende.  Hierop steunt het joodse gebruik om na zes dagen werk, één dag rust te nemen en deze zevende dag aan God te wijden. Alleen deze zevende dag kreeg een naam : de Sabbat.  De andere dagen van de week werden gewoon genummerd : de eerste dag, de tweede dag, ... , net zoals in het bijbels verhaal.  Ook dat kan aan de oorsprong liggen van de zevendagen week.

Later werden, vooral in noordeuropa, andere namen ingevoerd ontleend aan noordeuropese goden : Odin (dinsdag), Donar (donderdag, donnerstag), Tiw (tuesday), Wodan (woensdag), Thor (thursday), Freya (vrijdag, friday).

In oosteuropa vindt men voor de zondag namen als Nedelnik, Niedziela (dag van niets doen) of Voskresenye (dag van de verrijzenis). Dinsdag, donderdag en vrijdag krijgen meestal gewoon hun volgnummer in de week: Vtornik, Wtorek (tweede dag), Chetverg, Czwartek (vierde dag), PyatnitsaPiatek (vijfde dag).  Zaterdag wordt Subbota of Sobota (sabat).  Woensdag wordt Sreda of Sroda (midden), vergelijkbaar met het duitse Mitwoch.

In het grootvorstendom Litouwen was er een 9-dagen week in gebruik. De 7-dagen werd er ingevoerd samen met het Christendom 
 

Wat betekent uur.

Diezelfde Babylonieërs hadden de dag reeds ingedeeld in 24 uur. 

Kalenders.

Babylonishe kalender;

001k-bab.jpg (147833 bytes)

De oudst bekende kalender is deze van de Babyloniërs, die zonder twijfel een inspiratiebron was voor vele andere kalenders in de oudheid. De maanden hadden afwisselend 29 en 30 dagen, en er waren 12 maanden in een jaar (= 354 dagen). Een nieuwe maand begon ongeveer 2 dagen na Nieuwe Maan, als in de avondschemering de smalle maansikkel terug zichtbaar wordt. Na drie jaar geeft dat een verschuiving van bijna 34 dagen t.o.v. de seizoensverschijnselen. De heersende vorst besliste zo nodig tot invoeging van een extra maand. Deze invoeging geschiedde niet altijd even doordacht, ondanks alle beschikbare kennis. De Babyloniers kenden een week van 7 dagen en deelden hun dag in 24 gelijke delen in. 

Egyptische kalender.

De Egyptische kalender werkte oorspronkelijk met kalenderjaren van 360 dagen, in de vorm van 12 maanden van 30 dagen. Later (4000 vC) werden achteraan de laatste maand 5 dagen bijgevoegd. De egyptenaren wisten vrij snel dat dit nog een kwart dag te weinig was voor het volgen van de jaarlijkse overstromingen van de Nijl, en dat het euvel kon opgelost worden door na drie jaren van 365 dagen er een te laten volgen van 366 dagen. De egyptische priesters verzetten zich echter tegen elke kalenderhervorming. Hierdoor begon elk nieuw kalenderjaar dus eigenlijk een kwart dag te vroeg, waardoor de seizoenen schijnbaar een kwart dag achteruit schoven t.o.v. de kalender. Na vier jaar loopt dat op tot een volledige dag en na 365 x 4 = 1460 jaar zijn de seizoenen het hele kalenderjaar rond geweest (Sothis-periode). Deze kalender werd in het oude Egypte 40 eeuwen lang gebruikt, tot bij het begin van onze jaartelling.  
 
De huidige Koptische kalender (op de naamgevingen na dezelfde als de Ethiopische) is de voortzetting van deze Egyptische kalender. Alleen wordt nu wel om de vier jaar een schrikkeldag ingevoegd.
 

Hebreeuwse kalender.

De Hebreeuwse kalender is een kalender die poogt zowel de seizoenen als de maanfasen te volgen. Hij is (behalve in godsdienstig verband) enkel nog in Israël officiëel van kracht.  
 
De namen van de maanden zijn dezelfde als van de dierenriemtekens, wat zonder twijfel een Babylonische invloed verraad. In een normaal jaar (of regulier jaar) dat geen schrikkeljaar is, zijn er 12 maanden: Tishri, Heshvan, Kislev, Tevet, Shevat, Adar, Nisan, Iyar, Sivan, Tammuz, Av, Elul. Deze hebben, in deze volgorde, alternerend 30 en 29 dagen. Dat betekent een totaal van 354 dagen. Elke maand begint (benaderend) op de dag van Nieuwe Maan.

Griekse Kalender,

De oudste Griekse kalender was een maankalender met maanden van afwisselend 29 en 30 dagen. In de zesde eeuw vC verschenen de eerste zonnewijzers voor een indeling van de dagen. Vanaf de tweede eeuw vC, na de bouw van de eerste wateruurwerken (clepsyder) werd de dag in 12 uren onderverdeeld. De eerste dag van de maand heette neomenia (nieuwe maan). De Grieken hanteerden een periode van 10 dagen (decade) als een soort week. Een maand bevatte dus 3 decaden. De derde decade van een maand met 29 dagen had slechts 9 dagen

                          



.

   

 

       overzicht of sitemap volkskalender@gmail.com>  © L.D.Brant